Maand: april 2016

Innerlijke Vincent

Ik weet niet meer wanneer ik voor het eerst echt over de Provence las. Het zal waarschijnlijk een Verkade album zijn geweest over Frankrijk, of een Havank. In elk geval…vrij gedateerd. Dus mijn gevoelens en verwachtingen over die streek zijn in feite gevormd door verouderde boeken, en verhalen over Van Gogh die in de schroeiende hitte van Arles, de Crau en les Alpilles zijn verstand verloor.

Heel mijn leven verlang ik al naar die streek, maar weet ik ook dat ik naar een Provence wil dat niet meer bestaat, of misschien wel nooit echt heeft bestaan. Maar toch…het trok. En dus was het onvermijdelijk een teleurstelling toen ik er voor het eerst kwam.

Op fietsvakantie in Frankrijk, met het idee de kanalen van Bourgondië langs te fietsen bleek het de koudste en ellendigste mei te zijn sinds jaren. En de camping in Dijon gesloten omdat hij door de Rhone was weggespoeld.

Dus na een miserable overnachting in Beaune stapte ik op de trein richting Avignon. Niet dat Beaune zo lelijk was, maar met 12 graden en een miezerregen, was het niet echt waar ik op gehoopt had…En de Provence riep :

“Adieu, Venice Provencale

Adieu Pays de mes amours

Chanter, Cigalons et Cigales

Dans les Grand pins chanter toujours”

Vanuit Avignon fietste ik naar Arles, en was het eindelijk een beetje lekker warm. Eindelijk de wegen waar Vincent koortsachtig langs liep, de rietvelden die hij heeft geschilderd…de Provence. Nog geen cigales, maar ik rook wel de hars van de pijnbomen langs de weg.

Maar de weersverwachting zei dat ik maar beter niet kon blijven, want er kwam onweer aan de volgende dag. Dus ging ik de volgende morgen langs de kust richting Spanje. En moe en gefrustreerd met het weer ging ik ’s avonds niet eens Arles in, ging niet op zoek naar het nachtcafe, of de mooie plekjes die Arles volgens het VVV heeft te bieden.

Waarom? Geen idee…waarom doet iemand onlogische dingen?Ik ben wel de volgende dag op pelgrimage geweest naar de brug van Langlois…en heb een andere tourist gevraagd een foto van mezelf te nemen bij de brug. In mijn felroze wielershirt. Bij een brug die geen functie meer heeft, behalve dan voor dromers als ik die proberen de tijd terug te draaien en zich voorstellen dat vrouwen nog steeds de was doen in de rivier, en paard en wagen nog steeds over de brug rammelen. In plaats van dat de brug opgetrokken is, en er geen weg meer over gaat…ontkennen dat die brug net zo dood is als Vincent.

Dus ging ik verder.

Binnenkort ga ik het weer proberen. Arles, St Remy, de Alpilles, ik hoop ze nu eens echt te ontdekken. Echt te waarderen. Dit keer met een schetboekje en potlood, op zoek naar mijn innerlijke Vincent. Of liever, naar de tekenaar in mij, aan de hand van die botte Brabantse hork die de wereld op een manier zag die nog steeds uniek is. Maar dan met iets minder drank, en zonder het rituele bordeelbezoek waar hij in geloofde. Een tekenende monnik die elke twee weken naar de hoeren gaat…je vraagt je af hoeveel hij daar zelf van geloofde. Waarschijnlijk alles. Geen wonder dat Theo af en toe ook behoorlijk genoeg van hem had.