Alpine

Ik heb wat met Franse auto’s. Ik snap het wel, dat een BMW M3 een fanastische auto is, technisch heel mooi, maar het roept geen emotie bij me op. Franse auto’s daarentegen…al zijn die ook niet meer wat ze geweest waren, de Franse dweilbak die zo lekker rustiek kon roesten, is allang dood en begraven. Toen ik in een Peugeot 306 station rondreed kreeg ik eens een 307 mee als leenauto, en dat voelde spijkerhard aan in vergelijking. En m’n Citroen ZX heeft jaren langer rondgereden dan mensen technisch  voor mogelijk hielden.

Anyway, het moge duidelijk zijn dat  ik dus behoorlijk opgewonden door de herrijzenis van de Alpine. Van de Alpine kan ik namelijk wel heel blij worden. Elegantie, kracht…

En de eerste foto’s van de A110 maken me helemaal blij. Dit is klassiek Frans genot. Afgezien van de wielen, de velgen zijn te groot, en de banden te laag. Het is helemaal van de tijd, een  fikse velg met een reepje rubber er op geschilderd, maar het staat niet als je het naast de sloffen van klassieke Alpine 110 legt.

Maar de voorkant…wat een neus, wat een koplampen. Misschien niet naar ieders smaak, maar ik vind het geweldig. Ik had juist meer koplampen willen zien! Sportauto’s uit die tijd waren pas af met een fiks stel Cibié’s in de gril, en dat mist nog. Niet aerodynamisch, ik snap het, maar…ze hebben het ronde stel lampen in de neus overgenomen uit het verleden. Had gewoon ook een stel verstralers in de gril gezet, het had het helemaal af gemaakt. Ronde, met zo’n mooi kapje erop, en die magische letters. Die lampen die ook vaak op de auto’s van Michel Vaillant zaten. Cibié …

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Zelfrijdende auto

Een interesante vraag. En aangezien het van Twitter komt, natuurlijk wat gesimplificeerd. Toch, een mooi startpunt voor een stukje.

Laten we zeggen dat je in de auto rijdt, en er stapt een groep van 10 mensen opeens voor je motorkap. De enige uitwijkmogelijkheid is dat de auto de rivier aan de linkerkant inrijd, of tegen de rotswand rechts rijdt. Maar misschien is het wel beter om tegen de rotswand aan te schrapen met de zijkant, de helft van het groepje mensen omver te maaien en de kans te nemen dat de besturrder schade oploopt maar waarschijnlijk zal overleven? (En ik ga er nu van uit dat de bestuurder niet kan zwemmen, en de auto dit weet, en laat meewegen in de beslissing. Zal in de werkelijkheid ook iets moeten zijn waar je rekening mee moet houden tenslotte.)  En hoeveel minder schade aan de auto is het waard om een extra voetganger te raken?

Er zijn dus nogal wat variabelen en mogelijkheden!

Maar 1 ding kunnen we denk ik wel van uitgaan, een auto die bepaalt wat de beste beslissing is voor de samenleving? Dat gaat nog veel verder dan een auto van punt A naar B laten rijden zonder brokken te maken.Daar moeten we denk ik wat langer op wachten. Gelukkig. Zodra auto’s gaan bepalen of ik nog van waarde ben voor de samenleving, gooi ik denk ik m’n rijbewijs weg.

En trouwens, weet je wanneer een auto bijna 100% zeker niemand aanrijd of laat verongelukken? Als die stilstaat. Wat misschien wel het logische gevolg is van deze hele ontwikkeling. Op een dag worden de zelfrijdende auto’s zo slim, dat ze gewoon massaal stilstaan. Voor de zekerheid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ontspannen

Soms voelt het alsof ik te laat begonnen ben met fietskamperen. Terwijl ik plannen aan het maken was om in Denemarken te gaan fietsen, werd de nachttrein naar Kopenhagen afgeschaft, en dit jaar was het einde van de laatste nachttreinen vanuit Nederland, naar Basel en München. De Basel trein heb ik een paar keer kunnen gebruiken, en al waren de couchettes best wel hard, en nauw, en sliep het soms best beroerd, het zijn mooie herinneringen.
Ik hield van de nachttreinen, altijd al gedaan. Opstappen in Utrecht en ’s ochtends uitstappen op Gare du Nord als student. Mijn fiets in Basel uit de coupe rijden, en dan het avontuur in fietsen toen ik voor het eerst ging vakantiefietsen. Naar Wenen, en op weg naar de overstap in Hannover stilstaan bij een klein station, omdat er kennelijk een verward persoon rondliep op het station, en men dat moest onderzoeken. Toch op tijd zijn voor de overstap naar de nachttrein naar Wenen (eenmaal op station Hanover liepen er nog steeds veel figuren rond, die me aardig verward leken, maar goed…), en in Wenen aanhaken bij een geroutineerd stel vakanteifietsers die me wel even de weg naar de Donau lieten zien. De nachttrein was een portal naar fietsplezier en ontspanning.
Das war einmal…

Maar ik heb geen zin om er te lang bij stil te staan. Het komende seizoen zullen we zien hoe het gaat met de nachttreinen vanuit Düsseldorf, wie weet is dat best een goed alternatief, ik sta er voor open.
Maar ook als het niet bruikbaar blijkt te zijn, dan wil ik niet treuren. Ja, de Europese overheden hebben kennelijk besloten dat vliegen alle ruimte moet krijgen, geen accijns kost, en overal moet kunnen. En de trein mag bij elke grens weer andere tarieven betalen, wordt niet in geïnvesteerd, betaalt zich blauw aan accijnsen etc.etc. Sta je daar met je mooie groene vakantie bedoelingen.
Het is belachelijk dat het een dag duurt om in Parijs te komen met m’n fiets, dat de Provence al een forse reis is, en dat je minimaal twee dagen bezig bent om nar Spanje te treinen. Allemaal. Maar wat schiet ik daar mee op?

Als ik weer in Zuid Frankrijk wil rijden, gooi ik de fiets wel in de auto, en vind een camping op een dag rijden van Hilversum vandaag. Bij de Mont Ventoux heb ik al een adres waar ik de volgende keer dat voor een paar euro per dag kan doen. En ze verkopen een heel lekker plaatselijk wijntje. Win-win.
Of ik doe eens gek, en stap in het vliegtuig.

Trein en fiets wordt misschien alleen nog geschikt als ik vertrek zonder vast doel, zonder vaste route in de Garmin, zonder harde planning. Als het me niet veel uitmaakt of naar huis gaan betekent drie dagen onderweg te zijn, waarin ik halve dagen fiets, en de andere halve dag in een TER trein te zitten, of een Duitse plaatselijke lijn.
Op reizen waar ik bijvoorbeeld een route van Reitsma of Benjaminse uit elkaar trek, en een soort van ‘Best of’ daaruit rij, en me totaal niet druk maak of ik wel de hele route ‘eerlijk’ heb gedaan. Waarin ik de Groene weg naar de Middellandse zee in een paar dagen fiets, omdat de graanvelden van Noord Frankrijk me gestolen kunnen worden.
Klinkt best wel ontspannen, als ik mezelf zo lees…

Helgoland

Ach, Helgoland. Waarom zou je er eigelijk naar toe gaan? Het is niet makkelijk te bereiken, zit vol met kurende Duitsers, behalve strand en vogels is er niets…maar het is Helgoland. En ik moet er gewoon naar toe. Want eiland. Want omdat.

Het is geen standaard waddeneiland (voor zover dat bestaat). Het ligt niet in het snoertje van Texel, Terscheling, Borkum…Maar ik ben al eens opTerschelling geweest, en op Schier. Ik wil nog wel eens naar Wangerooge, maar dat is logisch, met zo’n naam.

Maar Helgoland, je mag er zelfs niet fietsen, de camping ligt zo te zien naast de startbaan van het mini-vliegveldje, en je moet kennelijk toegangskaartjes kopen om in de duinen te wandelen. Dus waarschijnlijk is het zo gereguleerd dat ik er gelijk van ga gillen als ik er ben. Maar toch wil ik. Rugzak inpakken, naar Bremerhaven of Cuxhaven, en de boot naar Helgoland. Want je kan er vanuit meerdere havens komen. Of eigelijk, je kan vanuit 1 haven vertrekken, en in een andere weer terugkomen. En omdat het kan, zal dat moeten.

Het is allemaal de schuld van Boudewijn Buch, die fantast, die boekenkabouter die wel erg creatief met de waarheid was, over zichzelf en z’n verleden, maar die met z’n onstuitbare enthousiasme me besmet heeft met z’n eilanden afwijking. Om over te lezen, om naar te staren op kaarten en het internet, om wilde plannen over te maken over hoe ik ze allemaal eens ga bezoeken. Waar natuurlijk te weinig van komt, maar Helgoland, het gaat gewoon gebeuren in 2017. Het kan niet  anders. Eilandgekte. Waarom?