The ultimate cycle tourist guide to campsites along the Rhine (wild and not so wild)

Een mooie rescensie van goede fietscampings langs de Rijn hier van de blogsters op halfashoestring.

Bron: The ultimate cycle tourist guide to campsites along the Rhine (wild and not so wild)

Ik heb dit traject ook gedeeltelijk gereden, maar zo te zien andere campings gevonden. Toch jammer dat ik in Remagen camping Siebengebirgsblick heb gemist, ik stond op camping Golden Mile. Best een goede camping, met mooie grasplekken, en interessante fietskampeerders naast me, die mooie verhalen over fietsen in Patagonie hadden, dus wat dat betreft geen klacht, Maar een bierstube op kruipafstand, dat maakt een camping pas echt af!

En ik stond in St Goarshausen op camping Loreleystadt, aan de andere oever, een prettige camping met tuinstoelen voor het grijpen, wat een fietskampeerder altijd gelukkig maakt. En ze bakken hun eigen brood af in de ochtend. Zo enthousiast bakken ze, dat m’n croisants bijna verbrand waren, maar een kniesoor die daar op let. Zeker als je op bezoek bent bij de Loreley. Een kleintje sekt opdrinken aan haar voeten, het was een bijzondere ervaring!

 

Alpine

Ik heb wat met Franse auto’s. Ik snap het wel, dat een BMW M3 een fanastische auto is, technisch heel mooi, maar het roept geen emotie bij me op. Franse auto’s daarentegen…al zijn die ook niet meer wat ze geweest waren, de Franse dweilbak die zo lekker rustiek kon roesten, is allang dood en begraven. Toen ik in een Peugeot 306 station rondreed kreeg ik eens een 307 mee als leenauto, en dat voelde spijkerhard aan in vergelijking. En m’n Citroen ZX heeft jaren langer rondgereden dan mensen technisch  voor mogelijk hielden.

Anyway, het moge duidelijk zijn dat  ik dus behoorlijk opgewonden door de herrijzenis van de Alpine. Van de Alpine kan ik namelijk wel heel blij worden. Elegantie, kracht…

En de eerste foto’s van de A110 maken me helemaal blij. Dit is klassiek Frans genot. Afgezien van de wielen, de velgen zijn te groot, en de banden te laag. Het is helemaal van de tijd, een  fikse velg met een reepje rubber er op geschilderd, maar het staat niet als je het naast de sloffen van klassieke Alpine 110 legt.

Maar de voorkant…wat een neus, wat een koplampen. Misschien niet naar ieders smaak, maar ik vind het geweldig. Ik had juist meer koplampen willen zien! Sportauto’s uit die tijd waren pas af met een fiks stel Cibié’s in de gril, en dat mist nog. Niet aerodynamisch, ik snap het, maar…ze hebben het ronde stel lampen in de neus overgenomen uit het verleden. Had gewoon ook een stel verstralers in de gril gezet, het had het helemaal af gemaakt. Ronde, met zo’n mooi kapje erop, en die magische letters. Die lampen die ook vaak op de auto’s van Michel Vaillant zaten. Cibié …

 

 

 

 

 

 

Länder-Tickets: Baden-Württemberg

In het Duitse OV ben je met fiets en bagage echt welkom, en er bestaan aantrekkelijke regio tickets waarbij je de hele dag vrijuit de regionale treinen kan gebruiken. Zonder te hoeven reserveren voor de fiets (zoals in de IC’s). Theoretisch kun je zelfs heel Duitsland door in 1 dag op die manier met een Schones Wochenende of Queer Durchs Land kaart, maar dan moet je wel erg vroeg beginnen, dus ik zou het zelf niet direct doen. Maar voor spontane tochten, of om eens een paar uur uit te rusten in de trein terwijl je naar een interessantere plek gaat, of misschien om regen te vermijden, is het ideaal. Als je binnen 1 Bondsstaat blijft, kunnen de Länder kaartjes financieel behoorlijk voordeliger zijn. Deze post is onderdeel van een serie waarin ik deze op een rijtje zet, aangevuld met persoonlijke ervaringen waar ik die heb.

Het Baden-Württemberg-Ticket

Baden-Württemberg grenst in het zuiden aan Zwitserland en het Bodenmeer en in het westen aan Frankrijk. In het noorden liggen de Duitse deelstaten Rijnland-Palts en Hessen, en in het oosten  Beieren.

Voor een fietser is het van voornamelijk van belang dat het Schwarzwald in deze staat ligt, en dat de Rijn, en dus ook de Rijn route, de west grens is tussen BW en Frankrijk.

Kosten

Een hele dag door Baden-Württemberg met de Regionale treinen kost 23 Euro + 5 Euro voor elke extra passagier. Een nacht ticket is 20 Euro.

Het Baden-Württemberg-Ticket Young (onder de 27 jaar) is 19 euro.

Eerste klas zitten kan ook, dan beginnen de prijzen bij 31 euro. De fietshaken zijn alleen vaak bij de tweede klasse stoelen, dus je fiets in de gaten houden op stations kan moeilijker zijn. In de vakantie of in het weekend, kan het echter het verschil zijn tussen zitten en staan! De Duitsers gebruiken hun OV graag, en vaak …terecht.

Het ticket is geldig tot aan Basel, maar er staat op de DB site niet bij welk Basel. Basel kent twee stations, Basel Bad (Basel Badischer Bahnhof) en Basel SBB. Basel Bad is het Duitse grensstation, waar de ene helft van het station Zwitsers is, en je via een (meestal onbemande) douane post naar de ‘Duitse’ sporen gaat, en vice versa. Technisch gezien staat het hele station echter in Zwitserland. Het lijkt logisch dat je dus tot hier kan met het BW ticket, en niet naar SBB.

Vanuit Basel SBB vertrekken de treinen naar Frankrijk. Maar die zijn (net als in Basel Bad) apart van de andere sporen, en de perrons zitten achter (nogal shabby) deuren verstopt. Het is wel aangegeven, maar mijn eerste keer in Basel SBB snapte ik dat niet goed, en miste een trein hierdoor!

De stations liggen een kleine 3 km van elkaar, dus je kan prima even van de 1 naar de ander fietsen om de benen los te maken en een stukje Basel te zien als je nog door reist. Als ik me goed herinner, staan er bordjes. Ga via de Wettsteinbrucke als het kan, dat is rustiger.

Zelfrijdende auto

Een interesante vraag. En aangezien het van Twitter komt, natuurlijk wat gesimplificeerd. Toch, een mooi startpunt voor een stukje.

Laten we zeggen dat je in de auto rijdt, en er stapt een groep van 10 mensen opeens voor je motorkap. De enige uitwijkmogelijkheid is dat de auto de rivier aan de linkerkant inrijd, of tegen de rotswand rechts rijdt. Maar misschien is het wel beter om tegen de rotswand aan te schrapen met de zijkant, de helft van het groepje mensen omver te maaien en de kans te nemen dat de besturrder schade oploopt maar waarschijnlijk zal overleven? (En ik ga er nu van uit dat de bestuurder niet kan zwemmen, en de auto dit weet, en laat meewegen in de beslissing. Zal in de werkelijkheid ook iets moeten zijn waar je rekening mee moet houden tenslotte.)  En hoeveel minder schade aan de auto is het waard om een extra voetganger te raken?

Er zijn dus nogal wat variabelen en mogelijkheden!

Maar 1 ding kunnen we denk ik wel van uitgaan, een auto die bepaalt wat de beste beslissing is voor de samenleving? Dat gaat nog veel verder dan een auto van punt A naar B laten rijden zonder brokken te maken.Daar moeten we denk ik wat langer op wachten. Gelukkig. Zodra auto’s gaan bepalen of ik nog van waarde ben voor de samenleving, gooi ik denk ik m’n rijbewijs weg.

En trouwens, weet je wanneer een auto bijna 100% zeker niemand aanrijd of laat verongelukken? Als die stilstaat. Wat misschien wel het logische gevolg is van deze hele ontwikkeling. Op een dag worden de zelfrijdende auto’s zo slim, dat ze gewoon massaal stilstaan. Voor de zekerheid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dode-Man

De helft van het plezier van reizen is het doorpluizen van kaarten en het internet om voor te bereiden. Wat mij betreft. Ik ben dan eigelijk al half onderweg…

Komend jaar ga ik misschien wat bijzondere plaatsnamen langs te fietsen. Ik kan niet weten dat er op deze wereld een plaats bestaat als Jezus-Eik,  Verbrande Brug, of Kuttekoven, en niet met alle geweld daar eens doorheen willen fietsen, en als het even kan met het plaatsnaambordje op de foto gaan. Het is nog steeds 1 van de hoogtepunten van mijn Bretagne tocht dat ik opeens volkomen ongepland en onverwachts het bordje ‘Christ’ tegenkwam. Bijvoorbeeld. Terwijl Bretagne verder ook heel veel te bieden heeft aan mooie natuur en landschappen!

11698667_10153087625048074_520795342340617796_n

En ja, de plaatsjes die ik nu noem liggen allemaal in Belgie. Niet dat ik wil  zeggen dat Belgie vol ligt met rare plaatsjes, of Belgen raar, maar ik herken een typische naam beter in het Vlaams dan in het Frans natuurlijk, en ik fiets gewoon graag in Belgie. Het is vaak wat chaotischer dan Nederland, en de wegen zijn soms wat minder voor een fietser, maar voor een paar dagen vind ik dat heerlijk. Het is over de grens dus voelt net iets meer als vakantie, en je bent er zo met de trein.

En net werd dit plan nog veel dringender. Ik vond namelijk het plaatsje Dode-Man.

dode-man-kaart

En als je inzoomt op Google maps zie je dit:

dode-man-kaart

Het plaatsje Dode-Man bestaat kennelijk uit 1 boerderij, met iets op het erf dat fel weerspiegelde in de zon toen de sateliet langs kwam. Een UFO? Wat voor extreem privacy gevoelige familie woont in Dode-Man? ragen, vragen…Hoog tijd om er eens naar toe te gaan.

 

 

Ontspannen

Soms voelt het alsof ik te laat begonnen ben met fietskamperen. Terwijl ik plannen aan het maken was om in Denemarken te gaan fietsen, werd de nachttrein naar Kopenhagen afgeschaft, en dit jaar was het einde van de laatste nachttreinen vanuit Nederland, naar Basel en München. De Basel trein heb ik een paar keer kunnen gebruiken, en al waren de couchettes best wel hard, en nauw, en sliep het soms best beroerd, het zijn mooie herinneringen.
Ik hield van de nachttreinen, altijd al gedaan. Opstappen in Utrecht en ’s ochtends uitstappen op Gare du Nord als student. Mijn fiets in Basel uit de coupe rijden, en dan het avontuur in fietsen toen ik voor het eerst ging vakantiefietsen. Naar Wenen, en op weg naar de overstap in Hannover stilstaan bij een klein station, omdat er kennelijk een verward persoon rondliep op het station, en men dat moest onderzoeken. Toch op tijd zijn voor de overstap naar de nachttrein naar Wenen (eenmaal op station Hanover liepen er nog steeds veel figuren rond, die me aardig verward leken, maar goed…), en in Wenen aanhaken bij een geroutineerd stel vakanteifietsers die me wel even de weg naar de Donau lieten zien. De nachttrein was een portal naar fietsplezier en ontspanning.
Das war einmal…

Maar ik heb geen zin om er te lang bij stil te staan. Het komende seizoen zullen we zien hoe het gaat met de nachttreinen vanuit Düsseldorf, wie weet is dat best een goed alternatief, ik sta er voor open.
Maar ook als het niet bruikbaar blijkt te zijn, dan wil ik niet treuren. Ja, de Europese overheden hebben kennelijk besloten dat vliegen alle ruimte moet krijgen, geen accijns kost, en overal moet kunnen. En de trein mag bij elke grens weer andere tarieven betalen, wordt niet in geïnvesteerd, betaalt zich blauw aan accijnsen etc.etc. Sta je daar met je mooie groene vakantie bedoelingen.
Het is belachelijk dat het een dag duurt om in Parijs te komen met m’n fiets, dat de Provence al een forse reis is, en dat je minimaal twee dagen bezig bent om nar Spanje te treinen. Allemaal. Maar wat schiet ik daar mee op?

Als ik weer in Zuid Frankrijk wil rijden, gooi ik de fiets wel in de auto, en vind een camping op een dag rijden van Hilversum vandaag. Bij de Mont Ventoux heb ik al een adres waar ik de volgende keer dat voor een paar euro per dag kan doen. En ze verkopen een heel lekker plaatselijk wijntje. Win-win.
Of ik doe eens gek, en stap in het vliegtuig.

Trein en fiets wordt misschien alleen nog geschikt als ik vertrek zonder vast doel, zonder vaste route in de Garmin, zonder harde planning. Als het me niet veel uitmaakt of naar huis gaan betekent drie dagen onderweg te zijn, waarin ik halve dagen fiets, en de andere halve dag in een TER trein te zitten, of een Duitse plaatselijke lijn.
Op reizen waar ik bijvoorbeeld een route van Reitsma of Benjaminse uit elkaar trek, en een soort van ‘Best of’ daaruit rij, en me totaal niet druk maak of ik wel de hele route ‘eerlijk’ heb gedaan. Waarin ik de Groene weg naar de Middellandse zee in een paar dagen fiets, omdat de graanvelden van Noord Frankrijk me gestolen kunnen worden.
Klinkt best wel ontspannen, als ik mezelf zo lees…

Grand old people

Statistics are funny. Because when you look at it, it is very bad for your health to become 114. You really should try to avoid it.

Today Emma Morano of Italy celebrated her 117th birthday. That makes her the 6th oldest person who ever lived, at least from the people who have been recognized as such because they could show some sort of proper documentation about their birth.
On the ranking of the 100 oldest people ever, she has only 5 persons to catch up to. I am using the word ‘only’ of course relatively here…
I love this list because I am a history junk, and well, this is living history. Well, some of the people on the list are alive at least.

But to get back to the danger of becoming 114, to get on the list, you need to be at least 114 years and 86 days to push  Delma Kollar and Waka Shirahama from the chart. But the first 115 year old is only at place 41!  Annie Jennings from the UK managed to become  115 years and 8 days. So she escaped that deadly age of 114! But 59 persons did not. So in the group of 100 people, 59% died at 114. Clearly, becoming 114 is risky business.
Of course this does not make much sense mathematically, but it does seem to show there is an age barrier, that is very difficult to breach.

Now to get back to Emma Morano, because this is her day after all. She needs to ‘beat’ 3 women to become the oldest person of 117 who dies at 117, if she would die at age 117. But of course, I wish her the longest life possible, so we can also say that she is three places away from being one of three people ever, who lived beyond 117! Sarah Knauss reached a respectable 119 years and 97 days, and the oldest person ever, Jeanne Calment is still in a class of her own at 122 years and 164 days. And she was from Arles, and could remember seeing Vincent van Gogh walking around the town.

History is so awesome sometimes…

Last oldest people ever gem: Nobody ever died at the age of 118. Or 120. Or 121. And only 2 persons ever celebrated their 118th and 119th birthdays. And only one person ever had 120, 121 and 122 candles on the cake. Go Emma Morano!

Daily promppt challenge:
Vigor

Locquirec

It was June in Brittany, and on sunny days the sea was like liquid sapphire, and the beaches were white. So when after a couple of days cycling along the coast  I camped at the beautiful bay of Locquirec, I decided to take a swim. Even though most people seemed to prefer the swimming pools at the campsites over the sea, how cold could it really be? And it was almost summer after all.
locquirec-beach
In Anticipation of a nice fresh bath, I jumped from the campsite on the beach, and splashed in the water. The freezing water. It was so cold compared to the expectation I had of it when I put up my tent that I considered running away screaming, but after a while it became sort of pleasant. And people were watching. After the long days of going up and down and up and down and down and up again following the rough coastline.
It felt so good after I got out of the water, and eating pizza, and drinking cider on the beach, that I even did it again the next morning. Cider is tricky stuff. You should be careful with it.

The Dinosaur islands

I wanted to write about the potential of the islands of Sylt and Rømø for a short cycling holiday, but I got a bit sidetracked. In a good way.
Looking for some info on campsites on Rømø, I found it listed as the southernmost of Denmark’s Wadden Sea Islands that is populated. That sounded nice, until I realized that it is actually the southernmost of Denmark’s Wadden Sea Islands. As in, the next island is German.  So it would be remarkable if there were no people living on it. Being a rather big, and apparently beautiful island. So basically, as information, it was rather useless.
So I hoped, that there was some interesting reason behind this, and it was…
There used to be another island, that is now destroyed by storms and swallowed by the sea. And it was inhabited at one time. I needed to know more! How could I not?
The now disappeared island was Jordsand, one of the islands in the that are know als the Haligen. They are a group of about 10 North Frisian Islands on the Schleswig-Holstein’s Wadden Sea-North Sea coast, and they are terrific!
Not that they float losely above the sea, or are populated by purple rabbits (although that would of course be awesome) but if I was to live on an island in the sea, that flooded on a regular base, I would start making some protection against that. Like, maybe a dike. Of course being Dutch building dikes is a first instinct of me in any situation, but still…
I would not trust building my house on an island with only a terp (a raised piece of land where they would build their houses and keep their cattle when the water was high) to keep my feet dry to begin with. And especially not if it turns out that I get regular floods…
But anyway, the Haligen are pretty cool. They shift positions, they sometimes grow together, and sometimes, they just disappear. In that way, they are almost dinosaurs, that will be wiped out some day by nature, or by people who have learnt how to build protection against the floods. Their very existence belongs in a time when the sea would come and go as it pleases, and brave men and women would try to live with it. Although of course, I am sure they would have preferred some good coastal protection if it had been available to them. We must not over romanticize the past!
200px-syltsat
To get back to Jordsand. It was apparently at some point maybe connected to the mainland, or to it’s neighboring, German island of Sylt. It  was once called  Hiortsand or ‘Dear island’ because it had deer on it. In the 13th century it was about  20 km² big, and during the centuries it became smaller and smaller, until in 1895 the last terp was destroyed, and people left. The island was left for the birds as a sanctuary, and in 2000 it was flooded for ever.
You can still see it on Google maps earth view…a sand plate just underneath the sea. Maybe at low tide, it is almost uncovered…I don’t know. The boat from Romo to Sylt is passing it at pretty short distance. So I guess, I will ride the ferry at the lowest time next summer, and investigate. It is inevitable.